Arnoldshof

Inhoud

Andere Japanse tuinen-6

De Japanse tuin in Clingendael. Den Haag.

Begin 20e eeuw reisde de voorlaatste eigenares van Clingendael, Marguérite Baronesse van Brienen, naar Japan. Ze kwam terug met een theehuis, lantaarns en stenen. Waarschijnlijk heeft ze zelf de tuin ontworpen en niet lang daarna de tuin laten aanleggen. In 1954 kwam het landgoed in het bezit van de Gemeente Den Haag. In Huis Clingendael is het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen gevestigd.

Het bestaande park in Engelse stijl was een zeer geschikte plaats. Hoge bomen met lange takvrije stammen geven nog altijd een aantrekkelijke sfeer aan het buitenste gedeelte van de tuin. De ruime mosvelden zijn een ware schat. Er zouden 60 mossoorten geteld zijn.

 

Clingendael-177.jpg (39775 bytes)

Clingendael-173.jpg (42561 bytes)

de buitentuin: mos onder hoge eiken

vijver en pad

 

In het binnenste gedeelte staat het theehuis vlakbij het water dat is vormgegeven als een stroompje met verbredingen. Eromheen mos, varens, Hosta’s en Lysichitums, ook wel gras en een klein zandstrandje. Een rood geschilderd gebogen bruggetje zorgt voor een fotogeniek motief. Er groeien Prunussoorten, azalea’s (veel geel bloeiende Rh. mollis-hybriden) en mooie esdoorns, ook menige bruinbladige.

Van begin mei tot half juni is de tuin dagelijks geopend; hij trekt dan heel veel bezoekers.

 

Clingendael-175.jpg (21684 bytes)

Clingendael-172.jpg (20700 bytes)

paviljoen en brug

de tijd wordt zichtbaar

 

Wij zagen deze tuin voor het eerst in 1972 en we waren enthousiast. Het was zó sfeervol, zelfs met heel veel mensen om ons heen slaagde de betovering. Het onderhoud was perfect, het mos zag er prachtig uit en in onze herinnering dragen de functionarissen die voor het toezicht zorgden, witte handschoenen. Dat was natuurlijk niet zo, maar het beeld kregen we door hun toewijding.

In 1999 waren we er weer en we moesten met spijt constateren, dat de tuin er niet op vooruit was gegaan. Misschien waren kweekgras en ander onkruid nog niet eens het ergste. Als er intussen niet een plan van aanpak is gemaakt, dan moet dat nodig gebeuren. Om verhoudingen te herstellen. Om wat bruinbladige esdoorns te verwijderen en andere bomen, heesters en opslag te dunnen en te snoeien. Om eens goed naar het steenwerk van de paden te kijken. En om te voorkomen dat er ikebana in het zandstrandje wordt gezet.

De tuin is het waard!

 

De Von Siebold Gedenktuin, op het terrein van de Hortus Botanicus in Leiden, wordt zowel door Japanse als door Nederlandse sponsors gefinancierd. De officiële opening was in 1990, vierhonderd jaar na de stichting van de Hortus. De bijna vierhonderd jaar Japans-Nederlandse betrekkingen  vormden een andere aanleiding. In 1600 landde het eerste Hollandse handelsschip in Japan. Niet lang daarna ging Japan dicht. Het enige contact met de rest van de wereld verliep via een paar Chinese handelsposten en via de Nederlandse handelspost op het kunstmatige eilandje Deshima bij Nagasaki. Von Siebold (1796-1866), opgeleid tot arts, diende in het Nederlandse leger. In 1822 werd hij uitgezonden naar Deshima om voor de mensen daar te zorgen. Daarnaast, en dat was geheim, moest hij van zoveel mogelijk Japanse aangelegenheden zoveel mogelijk kennis opdoen. Dit werd hem door de Japanners niet in dank afgenomen, hij werd van spionage beschuldigd en verbannen. Hij heeft echter in 7 – 8 jaar tijd kans gezien veel kennis te vergaren en ook uit te dragen. Naar Leiden stuurde hij plantmateriaal in allerlei vormen en in de Hortus staan nog steeds bomen en heesters die van hem afkomstig zijn. Na de openstelling van Japan kon hij nog een tweede reis maken, toen vooral voor handelsbesprekingen.

 

Von-Siebold-181.jpg (19284 bytes)

Von-Siebold-180.jpg (28954 bytes)

Von-Siebold-179.jpg (20111 bytes)

vanuit het paviljoen 

borstbeeld Von Siebold

achterin de waterval

 

De tuin is bedoeld als eerbetoon aan deze man, en gedenkt ook de historische en soms stormachtige betrekkingen tussen Nederland en Japan.

Makoto Nakamura en Wybe Kuitert ontwierpen de tuin. Deze ligt op een langwerpig stuk van ongeveer 1000 m2. In het noorden staat een open paviljoentje met op het plekje erachter, in de omarming van de speciaal gebouwde roodbruine muur, het bronzen borstbeeld dat in 1934 door Wenckenbach van Von Siebold werd gemaakt. Vanuit het paviljoen kijken we uit over het “droge landschap”.Naar ons toe stroomt door grind gesymboliseerd water vanaf een waterval bij een heuvel op tweederde van de lengte van de tuin. Grote en kleine blokken natuursteen geven de structuur van de tuin aan. (Voor het steenwerk kregen de twee architecten nog hulp van professor Hiromasa Amasaki.) In het bredere gedeelte van het grind-water liggen twee eilanden. Ten westen van de waterval staat een grote Zelkova serrata waar Von Siebold zelf ooit voor gezorgd heeft. Er zijn in de tuin veel planten die hij geïntroduceerd heeft. Rond het grind en de waterval enigszins gestileerd, in de rest van de tuin mogen ze uitgroeien zoals hun natuur dat wil.

 

 

  Inhoud         Andere Japanse tuinen-1