Arnoldshof
Andere Japanse tuinen-5
Een tuinarchitect die na de tweede wereldoorlog in en buiten Japan grote bekendheid en invloed kreeg is Kinsaku Nakane (1919- ? ). Hij heeft gedoceerd, onder meer aan universiteiten in Kyōto en Harvard, en hij heeft in bijna alle continenten tuinen ontworpen.
Zijn werk maakt een heel andere indruk dan dat van Shigemori. Het is niet makkelijk om goed onder woorden te brengen wat het verschil is. Beiden zijn grote kunstenaars. Misschien is het vooral een karakterkwestie. Shigemori plaatst vaak een uitroepteken, bij Nakane zie je meer aandachtstreepjes.
Rond 1960 maakte Nakane een nieuwe tuin in Kōrin-in, in het Daitoku-ji complex. Dit is de familietempel van de familie Hatakeyama, de vroegere daimyō van Echizen. Ten zuiden van de hōjō ligt de tuin die Nakane ontwierp op basis van oude tekeningen voor een tuin die vroeger bij het landgoed te Echizen lag. Het is een karesansui die, volgens de folder van de tempel, de bergen van de gelukzaligen symboliseert, maar voor ons lijkt het meer op een karetaki of droge waterval. In een zee van witte gravel is een kleine kunstmatige heuvel begroeid met mos. Er zijn enige goed gesnoeide pijnbomen en azalea struikjes, enkele varens en Ophiopogon. De donker gekleurde prachtige stenen hebben lichtere vlekken en aderen. De hoge brug achterin is een opmerkelijke component en hij onderstreept het vlakke van de grote platte steen rechts voor. Het ontwerp is weliswaar op basis van oude tekeningen, maar het resultaat is duidelijk 20e eeuws. Krachtig en zuiver van lijn. Om heel lang naar te kijken.
Taizō-in, in het Myōshin-ji complex, heeft twee belangrijke tuinen. De bovenste, oudste, dateert uit de vroege 16e eeuw. De naam, Ganshin-no-tei betekent: Tuin van de Oorsprong van het Geloof. Op ongeveer 100 m2 is een karesansui gerealiseerd met een bijna naturalistisch landschap van vijver, eilanden en een waterval. Aan deze droge waterval ontspringt een stroom die aan het begin uit tamelijk grote kiezels bestaat. Hij wordt toegeschreven aan Kanō Motonobu, de beroemdste schilder van zijn tijd.
De tuin die Nakane in 1965 ontwierp heeft als centraal thema een waterval van waaruit een krachtige stroom ontspringt, hier wel met water. Zijn ontwerp weerspiegelt de oude tuin op verrassende wijze: de gedachte en het patroon zijn hetzelfde, maar het resultaat is heel verschillend. De naam van de nieuwe tuin is Yokō-en, wat betekent Tuin van de Voortlevende Geur. Van de Waterval van de Draken Koning loopt het water in een betrekkelijk kleine vijver. De brede stroom is interessant omrand met enige grote stenen. Aan het eind van de tuin, aan de oever van de vijver, staat een groot prieel met purper bloeiende Wisteria floribunda. Naast de levendige stroom met zijn versnellingen is het toneel rustig met heel lage karikomi die zo gesnoeid zijn dat ze de opwaarts glooiende lijn van de tuin volgen. Bovenaan staat een kleine open hut met een rieten dak. De waterval wordt in de rug gedekt door een grote gesnoeide structuur van wintergroene struiken. Als we kijken naar de gegeven namen, de Draken Koning en de Voortlevende Geur, en naar het prieel met de purperen fuji (Wisteria), dan wordt het duidelijk dat we moeten denken aan de Heian periode. De Draken Koning is een van de Vier Beschermende Goden, hij is altijd in het oosten en hij wordt geassocieerd met water. De Voortlevende Geur herinnert ons aan de Genji Monogatari en speciaal aan Kaoru, de held van de laatste hoofdstukken. De purperen fuji is bijna synoniem met Murasaki, de zachtaardige en wijze heldin van het Verhaal van Prins Genji. Je hoeft dit niet te weten om de tuin te kunnen genieten en waarderen, maar het vertelt ons iets over de architect. Hij lijkt zich zeer bewust te zijn van de geschiedenis van zijn land, van literatuur en natuurlijk van het maken van tuinen. Hij vindt het de moeite waard om te proberen er in te passen. En hij vindt het leuk om ons een hint te geven. Dat hij de waterval van de oude tuin deed herleven is ook veelbetekenend. Niet alleen de geur leeft voort.
|
|
||
|
Yokō-en, van boven uit |
Ganshin-no-tei: de waterval is achterin, oude foto |
Yokō-en, waterval en stroom |
(Van de oude tuin hebben we niet een foto die als illustratie bij het verhaal kan dienen. Daarom namen we een foto uit een klassiek tuinboek: The Garden Art of Japan, 1973, tekst en foto's van Masao Hayakawa, in de hoop dat hij het niet erg vindt.)
Vóór Yokō-en, nog boven, zijn twee nieuwe kleine tuinen. Een met stenen in gravel. In de andere boeiende stenen samen met afgerond snoeiwerk op een mostapijt. Er zijn ook lage heggetjes. De kleine tuinen stralen een speels zelfvertrouwen uit.
De Sacred Garden in Jōnan-gū werd door Nakane ontworpen en benaamd Rakusui-en. De Shintō-schrijn dateert al van 794, het stichtingsjaar van Kyōto. Het was de schrijn die de hoofdstad in het zuiden moest beschermen. De Keizerlijke Villa Jōnan Rikyū werd aan het eind van de Heian periode gebouwd. In de bloeitijd waren er veel tempels en villa's. In 1976 begon Nakane hier nieuwe tuinen op basis van oude tekeningen en beschrijvingen. Door de hele tuin verspreid groeien de meer dan honderd soorten planten die beschreven worden in de Genji Monogatari. Er zijn vijf verschillende tuinen.
Haru-no-yama: Lenteheuvel. Naast de beek die vanaf de kunstmatige heuvel stroomt wordt op 30 juni de zuiveringsrite Nagoshi-no-harae gehouden. Langs het pad zijn grassen, Camellia's en een bamboe bosje.
Heian-no-niwa: Komend van de Lenteheuvel passeer je een stroompje met veel stenen. Het loopt uit in een grote min of meer ovale vijver waarin een ook ovaal eiland ligt. Dit Naka-jima is afgezet met forse rotsen. In het zuidwesten achterin is een lage, vrouwelijke waterval. In het water veel solitaire stenen. Aan de andere kant van het pad is een lief hoekje rond een soort beekje dat verbonden is met de oostzijde van de vijver. Verderop, in het zuidoosten, verlaat het water de vijver om verder te gaan als een kronkelende stroom. Het loopt langs een open ruimte met een Wisteria rek en een hoog dak op poten. Aan dit stroompje wordt twee keer per jaar, in april en november, Kyokusui-no-Utage gehouden, het dichtfestijn dat we noemden in Andere Japanse tuinen-1. Misschien is het hoge dak een schuilplaats voor de dichters als het onverhoopt mocht regenen. Aan de west- en zuidzijde van de vijver is de beplanting zo dicht, dat je de gebouwen die erachter liggen totaal niet ziet. De beplanting is gevarieerd, gesnoeide azalea's maar ook solitaire struiken en enige niet te grote bomen. Vaste planten zorgen voor kleur tot diep in de herfst. Nu en dan vertelt een naambordje ons wat de naam is in het Japans en in het Latijn.
Het is een fascinerende tuin, die een grote aandacht voor details toont. Als gewone bezoeker mag je eigenlijk alleen maar aan de buitenkant lopen. Binnenin moet het vast nog mooier zijn.
Onze kanttekeningen betreffen de loop van het water en de ongewoon grote hoeveelheid stenen. In de Heian periode moet, volgens de Sakutei-ki, het water de vijver binnenkomen in het oosten of noordoosten en hem verlaten in het zuidwesten. Hier is de waterval in het zuidwesten. Misschien is dit een van de gelegenheden waarin het geoorloofd is van de lijn af te wijken, vanwege de vermogens van de schrijn kwade krachten onschadelijk te maken. Voor de grote hoeveelheid stenen is er niet zo'n verklaring.
![]() |
![]() |
![]() |
|
| het stroompje is nu rustiger | hoog dak op poten | Farfugium in bloei | naambordje bij klein rek met Vitis |
Muromachi-no-niwa: Bij binnenkomst word je verrast door het gezicht in de lengterichting van de vijver. Je ziet al veel en je weet: er is nog veel meer. De vijver heeft ongeveer de vorm van een kalebas. Op het smalste punt verbindt een brug de twee oevers. In het oostelijke deel ligt een groot Hōrai-eiland, in het westelijke deel vinden we solitaire stenen en een donkere mannelijke waterval. Er zijn veel interessante rotsen en stenen in de hele tuin, vaak prachtig neergezet. De beplanting is harmonieus en goedverzorgd. Bij het kleine langwerpige theehuis groeit een pijnboom in wolken geknipt. Om en langs het theehuis vragen goede paden de bezoeker met aandacht voort te gaan. In het westen is er een Wisteria prieel dat je uitnodigt te gaan zitten en over de vijver uit te kijken.
Een kanttekening. Tegenover de waterval bevindt zich een schiereiland dat niet op de plattegrond van de tuin staat. Het trok onze aandacht omdat het de zuivere lijn van de vijver verstoort en het gezicht erop rommelig maakt.
Nog steeds in de Muromachi tuin, in een hoek in het westen staat een compositie van grote rotsen waar een pad met treden doorheen loopt. Er zou een droge waterval mee bedoeld kunnen zijn, maar we hebben daar geen bevestiging voor.
![]() |
![]() |
![]() |
| solitaire stenen in de vijver en Wisteria prieel | de brug op het smalste punt, horizontale lijnen | een droge waterval? |
Momoyama-no-niwa: Dit is meer een sculptuur dan een tuin. Het pad waarover je mag lopen leidt langs een groot gazon. Daarop staat in de zuidoostelijke hoek een compositie van grillig gevormde stenen, palmen en karikomi.
Jōnan Rikyū-no-niwa, (toba-rikyū): Een langgerekte tuin in noord-zuid richting, van grote vlakken en glooiingen met Ophiopogon en gravel, en grote stenen. De folder van de schrijn: "Deze droge landschapstuin verbeeldt Jonan Rikyū op kleinere schaal. De netjes gerangschikte rotsen staan je toe je de vele prachtige grote gebouwen van de Villa voor te stellen, die hier ongeveer 800 jaar geleden stonden."
Misschien is er een poging gedaan dit min of meer maquetteachtig te doen. We hebben ernstig behoefte aan een verklaring voor de hoogst ongewone en onbeholpen ordening in het noorden van de tuin. Onze foto's laten alleen de mooie punten zien!
In de zuidoostelijke hoek staat een figuur die we niet anders kunnen interpreteren als een ruimtevaart Boeddha. Hij benadrukt de futuristische eigenschappen van deze tuin. De uitbreiding van de naam Jōnan Rikyū met "toba-rikyū" wijst ook in de richting van een grap. Een "toba-e" is een komisch plaatje, een cartoon, zou "toba-rikyū" misschien betekenen komische of onechte villa's?
We hadden nooit gehoord van Jōnan-gū noch van Kinsaku Nakane. We ontdekten de tuin door een gelukkig toeval tijdens onze reis in november 1998. We waren verrukt! We voelden ons thuis! Nakane ontwierp deze tuin in 1976, wij - in Nederland - begonnen aan onze tuin in 1977. We waren geïnspireerd door heel veel boeken en foto's, maar ook door verhalen over de Heian periode. Andere mensen in het westen waren op dat moment bezig met Zen tuinen, soms met theetuinen. We moesten vaak iets verklaren over de verschillende soorten tuinen en wat voor soort tuin wij aan het maken waren. En we kwamen soms wat argwaan tegen: Kon een tuin met vaste planten wel een echte Japanse tuin zijn?
En nu zagen we dit allemaal, het was ongelooflijk. Vergelijk bijvoorbeeld het pad voor het theehuis in de Muromachi tuin met de paden in onze tuin, afgebeeld op Japanse tuin-1. Natuurlijk, Rakusui-en is veel groter, veel uitgebreider, vol variatie. De schrijn is duidelijk rijk genoeg om de mooiste en waardevolste stenen en pijnbomen te verwerven. En Kinsaku Nakane is een genie die we in de verste verte niet kunnen evenaren, maar het gevoel van verwantschap is heel sterk. We gingen er weer naartoe in 2003 en we hopen op een derde keer, misschien in 2007.
























