Arnoldshof
Andere Japanse tuinen-1
Inleiding
Achter onze eigen Japanse tuin zit diepgaande interesse en de kennis die we gaandeweg hebben verworven. Voor een deel komt die kennis uit boeken (zie voor een selectie van onze favorieten de rubriek “Meer”). Maar we hebben zelf ook veel tuinen bezocht in Japan, en dat bleek een belangrijke aanvulling. Daarover willen we graag iets vertellen. Aan het eind vermelden we enkele Japanse tuinen in Nederland.
Je kunt een verhaal over Japanse tuinen op heel verschillende manieren structuur geven. Wij volgen in grote lijnen de geschiedenis, maar kiezen daarbij vooral ook vormkenmerken. Daardoor komen soms tuinen bij elkaar uit verschillende perioden, sommige tuinen komen een paar keer terug. Als we willen verwijzen naar een afbeelding die elders in het verhaal staat, is er een hyperlink.
De lijst van besproken tuinen
(De tuin, tempel of schrijn is in Kyōto, tenzij er een plaatsnaam is vermeld. De cijfers in de tabel verwijzen naar Andere Japanse tuinen-1 t/m/6.)
| Achi-jinja. Kurashiki |
1 |
Kōraku-en. Okayama |
4 | Sambō-in |
3 |
| Chishaku-in |
3 | Kōrin-in |
3,5 | Sentō Gosho | 1,3 |
| Clingendael. Den Haag | 6 | Murin-an | 4 | Sesshū-ji |
3 |
| Entsū-ji |
1 | Nanzen-in |
2 | Shūgakuin Rikyū | 1,3 |
| Ginkaku-ji | 1,2 | Ninna-ji | 1 | Von Siebold Gedenktuin. Leiden | 6 |
| Gosho | 1 | Ōsawa-no-ike | 1 | Suimen e no kairō. Ōtsu |
4 |
| Heijō-kyū. Oostelijke Paleistuin. Nara | 1 | Raikyū-ji. Takahashi | 1,3 | Taizō-in, Yokō-en |
5 |
| Hōkongō-in |
1 | Reiun-in (Tōfuku-ji) |
4 | Tenju-an |
2,3 |
| Jōnan-gū | 5 | Rikugi-en. Tōkyō | 2 | Tenryū-ji |
2 |
| Jōruri-ji |
1 | Ritsurin. Takamatsu | 2 | Tōfuku-ji | 4 |
| Katsura Rikyū | 3 | Ryōan-ji |
1 | Tōkei-ji. Kitakamakura | 2 |
| Kikokutei | 1 | Ryōan-ji Zentuin | 3 | Zuihō-in |
4 |
| Kinkaku-ji |
2 | Saihō-ji |
2 |
Het begin
Japan is een land met veel natuurschoon: bergen, watervallen, bossen, indrukwekkende kustlijnen, de binnenzee met schilderachtige eilanden. De inwoners waarderen hun land dan ook zeer. Vanaf het begin zijn elementen uit de natuur van veel betekenis geweest voor de tuinkunst. Daarbij komt, dat bepaalde elementen een religieuze lading hebben. Op veel plaatsen worden grote stenen en bomen vereerd omdat ze verbonden worden geacht met de kami, de geesten die de lucht, het water en het land bevolken. Zulke stenen en bomen worden onderscheiden door middel van een koord van rijststro. Een van de oudste plaatsen waar dit gebeurt is Achi-jinja, een Shintō heiligdom, in Kurashiki. Er zijn aanwijzingen dat de grote stenen die daar nu nog staan al in de prehistorie vereerd werden.
De nantei blijft later een rol spelen als ruimte tussen een gebouw en de tuin.
Andere thema's zijn de kiezelstranden en de stenige oevers van stroompjes en rivieren. Ook morenevelden zijn krachtige natuurlijke beelden, die hun sporen hebben nagelaten in een aantal van de vroegste Japanse tuinen.
In het noorden van Kyōto ligt Ōsawa-no-ike, een grote vijver met een eiland en een paar enkele stenen. Dit is het restant van een groot paleis uit de 9e eeuw. Een mooie open plek met een krachtige uitstraling. De vijver is rond 810 gemaakt voor Keizer Saga, en wel door een riviertje af te dammen. Op dergelijke vijvers werd ook gevaren.
Er zijn in de afgelopen 30 jaar veel opgravingen verricht op plaatsen waar vroeger paleizen en tuinen waren. Soms wordt zo’n plaats gereconstrueerd. In Nara is op het terrein van de paleizen uit de 8e eeuw een reconstructie: Heijō-kyū. Oostelijke Paleistuin. Hier bepalen kiezels voor een belangrijk deel het karakter van de tuin.
Ook veel later is dit element gebruikt. De beroemde priester-kunstenaar Kobori Enshū ontwierp in Kyōto voor de keizer in ruste een paleis en tuin, waarin een kiezelstrand prominent is: Sentō Gosho.
|
Sentō Gosho |
Ritsurin.Takamatsu |
Weer een ander element wordt gevormd door waterloopjes. Bij de opgravingen in Nara zijn ook resten gevonden van de kronkelende stroompjes waarvan in de literatuur sprake is. Ooit werden bij zulke stroompjes dichtfeesten gehouden. Er werden dan kleine bootjes met een kommetjes sake losgelaten. Wie het dichtst bij de plaats zat waar het bootje aan land liep, moest snel een gedicht maken. Dergelijke loopjes zijn nu te zien bij de reconstructies in Nara en in Jōnan-gū, een nieuwe tuin volgens oude plannen, die tegen het einde van deze bespreking is opgenomen. In tuinen uit alle perioden zijn aantrekkelijke waterloopjes te zien. Een voorbeeld: Ginkaku-ji.
Wij hebben ons in onze eigen tuin laten inspireren door een loopje dat we Kyōto zagen in Kikokutei: heel eenvoudig en lieflijk.
Het laatste element dat we hier noemen heet in het Japans ikedori, ook wel shakkei. Ikedori betekent letterlijk: levend vangen, shakkei betekent: geleend landschap. Bedoeld wordt, dat iets wat buiten de tuin ligt in de compositie wordt opgenomen. Dat is nog iets anders dan “gewoon” een mooi uitzicht hebben. Het vangen kan gebeuren door een uitzicht in te kaderen met behulp van de staanders en dakranden van de gebouwen, met heggen, boomstammen, of met de lucht. Ons eerste voorbeeld is Raikyū-ji in Takahashi. Daar wordt het uitzicht op de berg Atago benadrukt doordat de beplanting de lijnen van het uitzicht ondersteunt.
Je zou kunnen zeggen dat in Shūgakuin Rikyū het uitzicht wordt gevangen door de lucht. Beroemd was altijd Jikō-in bij Nara, waar men vanuit het gebouw over een heg uitkijkt over de Yamatovlakte. Maar die omgeving is zo geïndustrialiseerd en vergeven van hoogspanningskabels, dat de charme danig is afgenomen. (In Japan is het elektriciteitsnet bovengronds wegens het gevaar van aardbevingen.)
Een verlies van uitzicht, deze keer wegens voorgenomen hoogbouw, dreigt ook bij een van de fraaiste voorbeelden: Entsū-ji. Daar wordt het uitzicht op de berg Hiei versterkt door een heg en de stammen van bomen. Omdat fotograferen er niet is toegestaan, nemen we als illustratie de folder op.
De Heian periode (794 - 1185)
In 794 werd de hoofdstad verplaatst van Nara naar Heian-kyō, het latere Kyōto. Dat bracht een grote activiteit met zich mee, ook op het gebied van de aanleg van tuinen. Een vroeg voorbeeld is de tuin bij de tempel van Jōruri-ji, tussen Kyōto en Nara. Kenmerkend is een grote vijver met daarin één langgerekt eiland, meestal via een of twee bruggen verbonden met de oever. Deze tuin kan gelden als voorbeeld van zowel kiezelstranden, als van een typische Heian tuin. Eenvoud is het devies, en grote stenen worden maar spaarzaam gebruikt. De manier waarop die stenen worden neergezet is onderwerp van zorgvuldige studie, ook beschreven in oude annalen als de Sakutei-ki, letterlijk: geschrift over het maken van tuinen. Op de foto die wij namen zijn de kiezelstranden overigens overwoekerd door grassen en iris. De tuin blijft er prachtig bij. Het is een harmonieuze plaats in een rustige omgeving. Shintō en Boeddhisme, met daarin dan weer de Boeddha’s Amida en Yakushi, gaan vreedzaam samen.
Andere mooie oude tuinen waarin een grote vijver domineert zijn Hōkongō-in en Ryōan-ji, beide uit de 12e eeuw.
In en om de vijver van Hōkongō-in zijn grote stenen, die een hoofdzakelijk horizontaal effect geven. Er zijn ook weer kiezelbanen. De vijver in de onderste tuin, Kyōyō-chi, van Ryōan-ji geeft een heel andere indruk: groot, weinig stenen en prachtig gelegen aan de voet van een berghelling. Er is een Benten-eiland, gewijd aan de Shintō godheid van muziek en andere kunsten, met een kleine schrijn